Home  > Wonen en milieu  > Milieu en natuur  > Natuur  > Leve de tuin  > Zelf aan de slag  > Verken je terrein

(Ver)ken je terrein

Onderzoek je tuinbodem >>> Welke grondsoort heb ik?

  • Test zelf: de kneedproef
    Zand, zandleem, leem of klei? De grondsoort bepaalt of een plant in jouw tuin groeit of niet. Een eenvoudige kneedproef brengt raad. Hoe je die moet doen?
    >>> De kneedproef uitgelegd op de website van Velt

  • Met een bodemanalyse ben je helemaal zeker
    Afgravingen of aangevoerde grond kunnen de natuurlijke bodem verstoren. In dat geval heb je vaak geen duidelijke zand-, zandleem-, leem- of kleibodem meer. Heb je twijfels over het type en de kwaliteit van je bodem? Ga dan voor een grondanalyse. Naast het bodemtype krijg je meestal ook informatie over de zuurtegraad en de voedingstoestand, én je krijgt in één klap nuttig tuinadvies voor jouw grond.
    >>> Meer over bodemanalyses

Onderzoek je tuinbodem >>> Hoe meet ik de vochtigheid van mijn terrein?

Zit het grondwater in jouw tuin minder dan 60 cm diep tijdens de zomer? Dan heb je een natte tuinbodem. Maar hoe meet je dit? 

  • Laat een boring uitvoeren door een gespecialiseerd bedrijf.
  • Raadpleeg de bodemkaarten op www.dov.vlaanderen.be
  • Of voer zelf een eenvoudige peilmeting uit:
    1. Maak met een grondboor een gat van minstens een meter diep.
    2. Steek een geperforeerde plastic buis in het gat (zoals een oud stuk regenpijp).
    3. Het grondwater komt spontaan in de buis, tenzij het water lager zit dan de lengte van je buis.
    4. Meet met een lat of schietlood hoe ver het grondwater onder het maaiveld zit.
    5. Meet op verschillende tijdstippen van het jaar. Zo kan je de schommelingen volgen. Eind september zit het grondwater gewoonlijk het diepst, eind maart het hoogst.

Onderzoek je tuinbodem >>> Wat is een verdichte bodem en wat doe ik ertegen?

Gezond versus verdicht
  • In een gezonde bodem zitten voldoende poriën en gangen van kleine organismen als wormen. Die zorgen voor een goede insijpeling van regenwater en een goede verluchting.
  • In een verdichte bodem is er te weinig ruimte voor water en lucht.
Hoe weet ik of mijn bodem verdicht is?
  • Denk na. Reden er recent zware machines over het terrein? Dan is je tuinbodem waarschijnlijk verdicht.
  • Test of je bodem verdicht is: spit op verschillende plaatsen in de tuin tot 20 cm in de bodem. Lukt dit bijna niet? Dan is je terrein mogelijk verdicht.

Hoe test ik of mijn bodem verdicht is

  • Probeer met een grondboor een gat te maken tot ongeveer 60 cm diep.
  • Gaat dit niet vlot? Bots je op een harde laag die je nauwelijks kan doorbreken? Dan is jouw bodem verdicht. 

Wat doe ik als mijn bodem verdicht is? Til met een graafmachine de bovenste halve meter grond op en laat op dezelfde plaats weer neer. Zo breek je de grond zonder hem door elkaar te halen.

Wat mag ik zeker niet doen? 

  • Spitten: hiermee haal je de grond door elkaar, wat nadelig is voor het bodemleven.
  • Kalk toedienen of bemesten. Want een verdichte bodem is vaak zuur zodat planten geen voedingselementen meer opnemen.

Onderzoek je tuinbodem >>> Moet ik kalk toevoegen aan mijn tuin?

Elke plant heeft haar ideale zuurtegraad, dit is de pH-waarde van de bodem waarin die plant goed groeit. Het is dus belangrijk om die pH-waarde te kennen. Een bodemanalyse brengt raad.

Ik ken de zuurtegraad van mijn tuinbodem. Wat dan?

  • Vraag bij je plantenhandelaar naar zuurminnende planten als de pH van je bodem laag is.
  • Vraag naar kalkminnende soorten als de pH van je bodem hoog is.
  • Voeg geen kalk toe zonder eerst een bodemanalyse uit te voeren.

Zet typische eigenschappen in de verf >>> Wat met het water dat in mijn tuin blijft staan?

  • Leg op natte plaatsen een poel of greppel aan.
    • Verhoog een deel van je terrein met grond die je op een andere plaats afgraaft. Het droge deel is ideaal als terras of speelgazon. Het lage, natte deel is dan poel, moeras of vijver.
    • Graaf een greppel, leg de uitgegraven aarde ernaast en bezaai met gras of plant er struikjes op.
    • Een poel brengt leven in je tuin. Leg hem aan waar het grondwater hoog staat. Zorg voor een haag, heg, ruigte of bosje in de buurt zodat dieren die de poel bezoeken, kunnen schuilen.
  • Leg op droge plaatsen een terras, gazon of bloemenborder aan.
  • Pas je planten aan:
    • Permanent natte bodem: moerasplanten
    • Vochtige bodem: wilgen, elzen, of waarom geen nat hooiland met koekoeksbloem en valeriaan?

Zet typische eigenschappen in de verf >>> Zonnig of schaduwrijk: hoe bepaal ik dat?

Als je planten kiest, hou je best rekening met de lichtinval op de plek waar je ze wil zetten. Je plantenhandelaar gebruikt hiervoor de termen zon, halfschaduw en schaduw. Je gaat dit best na rond 21 maart of 21 september. Dan duurt een dag twaalf uur. 

Heb je per dag:

  • meer dan 6 uur zon, dan is de plek 'zonnig'
  • tussen 3 en 6 uur zon, dan spreek je over 'halfschaduw'
  • minder dan 3 uur zon, dan is het resultaat 'schaduw'

Is jouw tuinvraag niet beantwoord?

We vullen deze webpagina aan naarmate we vragen krijgen en beantwoorden. Misschien is jouw tuinvraag nog niet gesteld? Doe jij het dan? Gebruik hiervoor bij voorkeur het webformulier. Jij krijgt binnen de 10 dagen het antwoord op jouw vraag van een tuinexpert. En wij vullen de webpagina aan.

Extra informatie

Contact

Verwante pagina's

Provinciaal Steunpunt Tuinen

Documenten

Mindmap 'Leve de tuin' [PDF, 1 blz, 11,70 MB]

Naar boven