Vlaams-Brabant verdeelt sociale koopwoningen en kavels (17 december 2009)
Vlaamse decreet
Het Vlaamse decreet van 27 maart 2009 over het grond- en pandenbeleid voorziet in de realisatie van:
- 43.000 bijkomende sociale huurwoningen
- 21.000 bijkomende sociale koopwoningen
- 1.000 bijkomende sociale kavels in Vlaanderen tegen 2020.
Deze zijn verdeeld per provincie op basis van het aantal huishoudens. Voor de provincie Vlaams-Brabant betekent dit dat minimaal tegen 2020:
- 7.244 sociale huurwoningen
- 3.495 sociale koopwoningen
- 167 sociale kavels.
Het Vlaamse decreet bepaalt dat de provincie Vlaams-Brabantwe instaat voor de verdeling van de sociale koopwoningen en sociale kavels over de 65 Vlaams-Brabantse gemeenten. Voor de sociale huurwoningen zorgt de Vlaamse Overheid zelf.
Proces
Aan de verdeling van de sociale koopwoningen en kavels door het provinciebestuur ging een proces vooraf. De gemeenten konden zelf op basis van hun sociale woonbehoefte, hun ruimtelijke structuur en de lokale context, een voorstel doen. 50 van de 65 Vlaams-Brabantse gemeenten, of 77% gaven een advies aan de deputatie. Het provinciebestuur hield maximaal rekening met het lokale advies maar baseerde haar uiteindelijke verdeling ook op provinciale criteria, zoals bijkomende woningen in stedelijke gebieden.
De uitvoering van het minimale aandeel van 2.829 sociale koopwoningen en 167 kavels moet gebeuren door de gemeenten, de sociale huisvestingsmaatschappijen, de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden of de OCMW's. De resterende 666 sociale koopwoningen kunnen gerealiseerd worden door de private sector.
