Woon-werkverkeer
Woon-werkverkeer
Het fileprobleem wordt door de meeste mensen vooral in verband gebracht met het woon-werkverkeer. Hoewel het niet het enige motief is waarom we ons verplaatsen, wint het woon-werkverkeer wel aan belang tijdens bepaalde periodes van de dag: de ochtend- en de avondspits. Bovendien blijkt dat in Vlaanderen de personenwagen instaat voor ruim 70 % van de verplaatsingen naar het werk. De gevolgen manifesteren zich in miljoenen verliesuren in de file, de uitstoot van schadelijke gassen en een toenemende druk op de leefbaarheid in steden en gemeenten.
Naar bovenBereikbaarheid vrijwaren
Om onze economische attractiviteit en de bereikbaarheid van de activiteitenzones te vrijwaren is het van belang de bedrijven te helpen om het vervoer van werknemers op een efficiënte en duurzame manier te organiseren. Het Vlaams Gewest heeft daarvoor in samenwerking met de provincies een aantal initiatieven genomen.
Naar bovenVoor bedrijven: provinciale mobiliteitspunten
In elke provincie werd een Provinciaal Mobiliteitspunt opgestart, een samenwerkingsverband tussen het Vlaams Gewest, De Lijn en de provincies. De begeleiding van het bedrijfsleven is een verantwoordelijkheid van de provincies. Private ondernemingen en andere organisaties kunnen bij het zogenaamde bedrijfsloket van het Provinciaal Mobiliteitspunt terecht met al hun vragen over duurzaam woon-werkverkeer en voor het uitwerken van mobiliteitsmaatregelen voor de werknemers. Meestal en idealiter wordt daar de opmaak van een mobiliteitsscan aan gekoppeld: een doorlichting van de bereikbaarheid en het mobiliteitsprofiel van de bedrijven of de bedrijvenzones. Dergelijke scan is te beschouwen als de "meten-om-te-weten" fase van een mobiliteitsproject: naast een beter inzicht in de problematiek levert deze tegelijk een aanzet tot het uitwerken van een maatregelenpakket.
Naar bovenHet Pendelfonds
Met het Pendelfonds heeft de Vlaamse regering een financieel instrument gecreëerd om het bedrijfsleven aan te zetten tot maatregelen die tot een efficiënter en duurzamer woon-werkverkeer moeten leiden.
- Jaarlijks lanceert de Vlaamse regering een tweetal oproepen tot projectvoorstellen.
- Bedrijven vormen hierbij de voornaamste doelgroep, maar ook samenwerkingsverbanden tussen de private sector en lokale overheden komen in aanmerking voor subsidie door de Vlaamse overheid.
- De indieners kunnen gedurende maximaal 4 jaar en voor 50 % van de totale projectkosten gesubsidieerd worden.
- De Provinciale Mobiliteitspunten staan mee in voor de begeleiding van de bedrijven en brengen advies uit aan de begeleidingscommissie die hiervoor werd opgericht in de schoot van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV).
Een mobiliteitsscan van de onderneming of bedrijvencluster vormt doorgaans een uitstekende basis voor een goed onderbouwd pendelfondsdossier.
Naar bovenCarpoolen
Carpoolen blijft in Vlaanderen relatief onbekend en onbemind. Het belang van carpooling (minstens 1 maal per week) in het woon-werkverkeer situeert zich ergens tussen 5 en 7 % van de beroepsactieve bevolking, en neemt eerder af dan toe. Samen naar het werk rijden heeft nochtans veel voordelen: het is sociaal, economisch voordelig, milieuvriendelijker dan autosolisme en bovendien fiscaal interessant. De praktijk leert dat in bedrijven waar carpooling actief gepromoot en ondersteund wordt, het aandeel van de carpoolende werknemers wel degelijk toeneemt.
De Vlaamse overheid wenst carpoolen een nieuw elan te geven en heeft in samenwerking met Taxistop hierrond een aantal initiatieven genomen. Zo werd recent met de lancering van Carpoolplaza de bestaande database in een volledig nieuw kleedje gestopt. In nauwe samenwerking met Taxistop wordt carpoolen ook door de provinciale mobiliteitspunten gepromoot in het bedrijfsleven. Op geregelde tijdstippen worden workshops georganiseerd, waarbij bedrijven uit verschillende sectoren ervaringen uitwisselen.
Naar boven